Reisverslagen

Inleiding

‘Onderrigt van t geen een Reiziger dient waar te neemen’ is geen reisverslag maar een onderrichting: een anonieme schrijver — in de overlevering ‘de Amsterdamse vader’ genoemd — zet uiteen wat een jonge reiziger in den vreemde behoort waar te nemen en te leren.

De tekst, ontstaan tussen 1677 en 1696, opent met de raad om vóór alles de taal van het land machtig te worden: ‘men siet veel, maar men leert weinig’ zonder haar. Het handschrift berust in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag.

Bezig met laden…

Verantwoording van de editie

Deze editie volgt de diplomatische transcriptie van Alan Moss (Koninklijke Bibliotheek Den Haag, 70 J 3). Enkele hoofdwoorden zijn in het handschrift in kapitalen geschreven; daarop wijst een aantekening van de transcribent.

Transcriptieconventies

De transcriptie hanteert een vast stelsel van tekens, dat in deze editie op de volgende manier wordt weergegeven:

Spelling, hoofdlettergebruik en de oorspronkelijke interpunctie zijn ongewijzigd overgenomen uit de transcriptie.