Reisverslagen

Inleiding

Tussen de zomer van 1684 en het najaar van 1686 schreef de jonge Wicher Pott (1661–1716) uit Groningen een reeks brieven naar huis, vrijwel alle gericht aan zijn vader Pieter Pott. Ze vergezellen hem op een klassieke grand tour: eerst een verblijf in Engeland, daarna een lange tocht door Frankrijk en Italië, en ten slotte de terugreis over de Alpen en de Rijn naar de Republiek.

De vroegste brieven schrijft hij uit Londen, waar hij de beurs, de Tower met haar leeuwen en wapenkamer, het Monument voor de brand van 1666 en Westminster bezoekt, en van waaruit hij uitstapjes maakt naar Cambridge, Windsor en Oxford. In 1685 trekt hij naar Orléans om zich in het Frans te bekwamen — bewust weg van Parijs, waar volgens hem te veel Hollanders en Duitsers verblijven. Via Agen reist hij Italië in: Genua, Florence, een lang verblijf te Rome, Venetië en Turijn. De laatste brieven komen uit Genève, Straatsburg en Frankfurt; op 5 oktober 1686 meldt hij zich weer op vaderlandse bodem, te Nijmegen.

De brieven zijn even nieuwsgierig als praktisch. Pott beschrijft bezienswaardigheden, inscripties en curiosa, maar houdt zijn vader ook nauwgezet op de hoogte van wisselkoersen, reiskosten, logies en het lot van meegestuurde brieven. Nu en dan klinkt de reiziger door die op de kleintjes let: ‘dit vermaeck doet onse beursen niet lacchen’. Eén brief is in het Frans geschreven en gericht aan zijn broer.

Hieronder zijn alle zesentwintig brieven ontsloten. Blader met de knop Weergave → Per pagina door de brieven één voor één, of gebruik Inhoud om rechtstreeks naar een brief te springen. De spelling is die van het handschrift; zeventiende-eeuwse vormen als twelck, UEE en nae zijn bewust bewaard.

Bezig met laden…

Verantwoording van de editie

Deze uitgave presenteert de zesentwintig bewaard gebleven brieven van Wicher Pott uit de jaren 1684–1686. De tekst volgt de diplomatische transcriptie die Alan Moss beschikbaar stelde op alanmoss.nl, in het kader van zijn onderzoek naar vroegmoderne Nederlandse reisverslagen.

De spelling, woordkeuze en interpunctie van de transcriptie zijn ongewijzigd overgenomen; ook eigenaardigheden en verschrijvingen van de briefschrijver zijn bewaard gebleven. Elke brief is voorzien van een kop met de plaats en datum van schrijven en de geadresseerde, en van een vermelding van de omvang (folia of pagina’s) zoals opgegeven in de transcriptie. Waar Pott in de brief zelf een dagtekening of een aanhef plaatst, is die als eerste regel behouden.

De brieven zijn gedateerd naar de gewone tijdrekening; op enkele plaatsen noteert Pott zelf de oude en nieuwe stijl naast elkaar (bijvoorbeeld den 10 [O.S.] / 30 junij [N.S.]), en die dubbeldateringen zijn in de tekst gehandhaafd.

Weergave

Deze editie kent geen apart notenapparaat: zij biedt de kale transcriptie, geschikt om te lezen en te doorzoeken. Gebruik het zoekveld om door alle brieven tegelijk te zoeken, of schakel met Weergave tussen doorlopend lezen en bladeren per brief. Woordverklaringen, een register van personen en plaatsen en een koppeling naar de handschriften kunnen in een later stadium worden toegevoegd.